Wetgeving

Wetgeving in Nederland

Mensenrechten

In zowel het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) als in het Internationale Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) wordt bepaald dat maatregelen genomen moeten worden om het kind te beschermen tegen alle vormen van geweld, waaronder letsel en mishandeling.

Sinds 1993 kent Nederland een wettelijk verbod op de genitale verminking van vrouwen en meisjes. De Nederlandse regering heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat álle vormen van VGV onaanvaardbaar zijn binnen de Nederlandse rechtsorde. In artikel 11 van de Nederlandse Grondwet is het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit vastgelegd.

Strafrecht

VGV is in Nederland strafbaar als vorm van mishandeling (art. 300-304, 307, 308 Wetboek van Strafrecht, WvSr). Er staat een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar op of een geldboete van maximaal 82.000 euro. Wanneer de ingreep wordt verricht door een niet-arts die daartoe geen opdracht heeft gekregen van een arts, valt deze tevens onder het onbevoegd uitoefenen van een voorbehouden handeling in de zin van de Wet BIG. Artsen die meewerken aan meisjesbesnijdenis, kunnen bovendien worden berecht op grond van het medisch tuchtrecht.

Als een VGV door een ouder zelf wordt uitgevoerd op zijn/haar eigen dochter, of een kind over wie hij/zij het gezag uitoefent of die hij/zij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn/haar gezin, kan de gevangenisstraf met een derde worden verhoogd (art. 304 sub 1 WvSr). Ook als de ouders opdracht geven, hiervoor betalen, middelen leveren waarmee de VGV wordt uitgevoerd en/of meehelpen tijdens de besnijdenis, zijn zij strafbaar. Deze handelingen worden volgens de Nederlandse strafwet beschouwd als uitlokking, medeplichtigheid of mededaderschap (art. 47 en 48 WvSr).

Vervolging

Een verdachte kan worden vervolgd voor een in het buitenland uitgevoerde VGV, indien de verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft of in Nederland een vaste woon- of verblijfsplaats heeft. (WvSr 1 februari 2006).

Vanaf 1 juli 2009 is de verjaringstermijn verlengd. Een vrouw heeft tot het moment waarop zij de leeftijd van 38 jaar bereikt de mogelijkheid om aangifte te doen van haar besnijdenis.

In maart 2013 zijn het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering gewijzigd met het oog op de verruiming van de mogelijkheden tot strafrechtelijke aanpak van huwelijksdwang, polygamie en vrouwelijke genitale verminking. De rechtsmacht wat betreft vgv is uitgebreid in die zin dat een vgv die in het buitenland is gepleegd, maar waarbij het slachtoffer de Nederlandse nationaliteit of een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ook strafbaar is in Nederland. Dit geldt ook als de dader een buitenlandse nationaliteit heeft en/of niet in Nederland woonachtig is.

De overheid heeft geen bevoegdheden om groepen burgers te verplichten mee te werken aan lichamelijk onderzoek met het doel VGV op te sporen. Bewijs verkregen bij afgedwongen controle zal door de rechter onrechtmatig worden verklaard. Deze maatregel is dus niet effectief bij het opsporen en vervolgen van VGV.

Vreemdelingenrecht

In het vreemdelingenrecht kan het risico van besnijdenis een reden zijn voor verblijfsrecht. Zie artikel 3.2 en artikel 3.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 voor de meest recente informatie hierover van de IND. Via de zoekterm 'genitale verminking' kan de informatie worden gevonden. De relatie tussen gezondheidskwesties, risico’s op mishandeling en verblijfsrecht is complex en voorlichting over het vreemdelingenrecht hoort dan ook niet thuis bij de jeugdgezondheidszorg. Wanneer in een gesprek met een asielzoek(st)er of een andere vreemdeling(e) een relatie wordt gelegd tussen verblijfsrecht in Nederland en vrouwenbesnijdenis kunt u de ouder of het meisje adviseren deze vragen voor te leggen aan de rechtshulp.

Wetgeving in Europa

In heel Europa is VGV verboden.

Wetgeving in Afrika

Steeds meer Afrikaanse landen spreken zich uit tegen VGV. Het Maputo-protocol (2003) is gericht op het versterken en bevorderen van rechten van vrouwen op het Afrikaanse continent. Geweld tegen vrouwen, waaronder VGV, wordt hierin veroordeeld. Inmiddels hebben 51 van de 54 Afrikaanse landen het protocol ondertekend en hebben 36 het geratificeerd, waaronder 17 landen waar VGV wordt gepraktiseerd.

Kader 1: het Maputo-protocol

Dit onderdeel is een deel van het certificaat