In eerdere gesprekken heeft de arts met mevrouw gepraat. Naar aanleiding daarvan is haar echtgenoot uitgenodigd. De arts legt ook aan de echtgenoot uit dat het goed is om te praten over onderwerpen als meisjesbesnijdenis. Dit gesprek is overwegend informatief.

Hoe verloopt het gesprek?

De arts probeert met meneer in gesprek te komen door te vragen of hij de folder gelezen heeft en of hij de informatie begrepen heeft. Meneer begrijpt niet waarom er bij de JGZ over de toekomst van zijn dochter gesproken wordt. De arts beweegt veel mee:

‘Nou dat zal ik u proberen uit te leggen.’

‘Ik kan me voorstellen, in Somalië zijn alle vrouwen besneden hè, u vindt dat een goed iets, dat snap ik.’

‘U probeert een goede vader te zijn.’

‘Zou het iets zijn, … ik ben een Nederlander van hier…’

‘Klopt dat is ook zo.’

Maar hij komt ook telkens terug op wat hij wil zeggen: ‘Maar aan de andere kant is het zo dat … Wat vindt u daarvan?’ en: ‘Er zijn Somaliërs in Nederland die besluiten om hun dochters niet meer te besnijden, ze hebben informatie gehad en erover nagedacht.’

Daarna beweegt hij weer mee met de vader. Hij gebruikt daarbij positieve non-verbale communicatie.

Hij verheldert de feiten, met als doel bewustwording:

‘Ik heb met uw vrouw gesproken over een bevalling van twee dagen, dat dit lang is.’

‘Wij weten dat het wel degelijk complicaties geeft.’

Hij probeert verandertaal uit te lokken: ‘Er zijn Somaliërs in Nederland die nu besluiten hun dochters niet te besnijden.’

En doet ten slotte een open voorstel: ‘Wat vindt u ervan, zou het wat zijn als ik u in contact breng met …’

Verandertaal

‘Die ken ik niet.’

‘Kan ik me niet voorstellen, nee.’

‘Dan zou ik zeggen, u hebt hier te lang gewoond.’

Motiverende gespreksvoering

De arts zoekt waar de echtgenoot van mevrouw zich bevindt in de verandercirkel, door te beginnen met openingsvragen en door regelmatig te vragen ‘wist u dat’ of ‘zou dat kunnen’. Hij komt tot de conclusie dat meneer geen kennis heeft van gezondheidsklachten.

Voorbeschouwing

Meneer is niet op de hoogte van de gezondheidsklachten die meisjesbesnijdenis met zich meebrengt. Meneer vindt het goed om zijn dochter te besnijden.

Mevrouw zit in een andere fase dan haar man: zij is zich bewust van het feit dat meisjesbesnijdenis niet hoeft. In dit gesprek laat ze van zich horen door te spreken over pijn, die alleen de vrouwen kunnen voelen. Dit is al een begin van de actieve veranderingsfase. Ze kan er naar haar man toe niet veel mee. Hij zit nog in de voorbeschouwingfase.

Module 4:

Traditie en geloof

In eerdere gesprekken heeft de arts met mevrouw gepraat. Naar aanleiding daarvan is haar echtgenoot uitgenodigd. De arts legt ook aan de echtgenoot uit dat het goed is om te praten over onderwerpen als meisjesbesnijdenis.


Dit onderdeel is een deel van het certificaat