Ketensamenwerking

School

Kinderen zijn vijf dagen in de week op school aanwezig. De leerkracht of docent weet hoe een kind zich normaliter tijdens schooluren gedraagt en functioneert. Veranderingen in gedrag en functioneren zijn een belangrijk signaal, maar kunnen vele oorzaken hebben.

Als een leerkracht of docent een vermoeden heeft van VGV, moet hij conform de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling handelen.. Dat betekent advies vragen bij het Veilig Thuis en overleg voeren met een collega binnen de school.

Het is wenselijk dat de JGZ met scholen afspreekt dat de scholen contact opnemen met de JGZ als er twijfels zijn over het verzuim van een meisje uit een risicoland of als zij van school wisselt, als er signalen zijn dat het gedrag van het meisje is veranderd of als er andere signalen zijn.

Als de jeugdarts of jeugdverpleegkundige zelf een vermoeden heeft dat een meisje risico loopt om besneden te worden, kan deze aan de docent vragen op signalen te letten.

Aandachtspunten bij de samenwerking met scholen

Verhalen en geruchten zijn niet altijd de juiste signalen. Probeer eerst na te gaan hoe de geruchten zijn ontstaan en waar de verhalen vandaan komen. Een valkuil is om elke vakantie te zien als een ‘risicovakantie’ of elke vakantieziekte op te vatten als ‘ziek van de besnijdenis’. Realiseer je dat in Nederland ook ouders uit Afrika wonen die tegen meisjesbesnijdenis zijn en daarvoor uitkomen. Zij willen hun dochters niet laten besnijden.

Waak ervoor dat het meisje het slachtoffer wordt van haar eigen openhartigheid. Probeer signalen in overleg met de school bespreekbaar te maken met de ouders.

Leerplicht

De JGZ kan over VGV ook contact onderhouden met de leerplichtambtenaar.

Dit onderdeel is een deel van het certificaat