Ketensamenwerking

Verloskundige

De verloskundige signaleert conform het KNOV-standpunt VGV tijdens de intake of de zwangere vrouw uit een land afkomstig is waar VGV voorkomt en zij vraagt of de vrouw besneden is.

Na de geboorte van een meisje brengt de verloskundige/gynaecoloog na de geboorte de mogelijke besnijdenis van de pasgeborene dochter ter sprake.

Aan het einde van het kraambed, draagt de verloskundige de zorg over aan de JGZ en de huisarts. Ze vermeldt daarbij onder andere de besnijdenis van de moeder. Voor overdracht van informatie aan derden vraagt de verloskundige zoals gebruikelijk de toestemming van de cliënte. Als ze weigert, kan de verloskundige overleggen met het AMK over de vervolgstappen

Als een VGV-risico wordt gesignaleerd door kraamverzorgende en verloskundige wordt in overleg een signaal gegeven aan de JGZ. Bij verschil van mening tussen beiden wordt gehandeld vanuit de eigen professionele deskundigheid en verantwoordelijkheid. Beiden kunnen een signaal doorgeven aan de JGZ.

School

Kinderen zijn vijf dagen in de week op school aanwezig. De leerkracht of docent weet hoe een kind zich normaliter tijdens schooluren gedraagt en functioneert. Veranderingen in gedrag en functioneren zijn een belangrijk signaal, maar kunnen vele oorzaken hebben.

Als een leerkracht of docent een vermoeden heeft van VGV, moet hij conform de meldcode handelen, want het gaat immers over een vorm van kindermishandeling. Dat betekent advies vragen bij het AMK en overleg voeren met een collega binnen de school.

Het is wenselijk dat de JGZ met scholen afspreekt dat de scholen contact opnemen met de JGZ als er twijfels zijn over het verzuim van een meisje uit een risicoland of als zij van school wisselt, als er signalen zijn dat het gedrag van het meisje is veranderd of als er andere signalen zijn.

Als de jeugdarts of jeugdverpleegkundige zelf een vermoeden heeft dat een meisje risico loopt om besneden te worden, kan deze aan de docent vragen op signalen te letten.